Misschien moet ik, voordat ik hier meer van mijn schilderijen laat zien, eerst iets vertellen over de persoon die ze maakt.
Want hoewel ik niet wil vertellen wat iemand in mijn werk moet zien, neem ik natuurlijk wel mezelf mee wanneer ik voor een doek sta.
Er zit Noorwegen in mij.
Nederland.
Natuur. Liefde. Mijn kinderen. Herinneringen. Mooie dingen, maar ook moeilijke dingen. Dingen die ik ben kwijtgeraakt en later weer heb teruggevonden.
Al die ervaringen hebben gevormd wie ik ben.
En dus ook de persoon die schildert.
Het meisje uit Vangsnes
De eerste acht jaar van mijn leven woonde ik in Vangsnes, aan de Sognefjord in Noorwegen.
Als ik mijn ogen dichtdoe en aan die tijd denk, zie ik vooral natuur.
Steile bergen die vanuit het water omhoog lijken te komen. Fjorden. Rivieren. Bossen. Bloemen. Bomen.
In de zomer bosbessen en frambozen plukken.
In de herfst de bergen en bossen die langzaam van kleur veranderden.
In de winter heel veel sneeuw. Witte bergen buiten en binnen de warmte van het huis en kaarsen die brandden.
En dan het voorjaar, wanneer na die lange Noorse winter alles weer begon te groeien en er overal bloemen verschenen.
Wij hadden paarden, een hond en een poes en ik was bijna altijd buiten.
Stilzitten was niet echt iets voor mij.
Ik speelde in het bos en bij het water en kwam graag in het park bij het enorme standbeeld van Fridtjof.
Als ik terugkijk, zijn die eerste acht jaar misschien wel de gelukkigste en meest onbezorgde jaren uit mijn leven geweest.
En ik denk dat ik daar iets heb meegekregen wat nooit meer helemaal is verdwenen.
Mijn liefde voor natuur.
Voor water.
Voor kleur.
Voor de seizoenen.
Voor de stilte en tegelijkertijd de enorme kracht van een landschap.
En vooral misschien: verwondering.
Ik wilde altijd iets maken
Ik was een creatief kind.
Ik tekende en schilderde, maakte muziek, bouwde hutten en verzon dingen.
Op een gegeven moment organiseerde ik zelfs een circus met de buurkinderen en vertelde ik iedereen hoe we dat gingen aanpakken.
Blijkbaar zat dat creëren er toen al in.
Mijn vader speelde daarin een grote rol.
Hij tekende en schilderde zelf en was eigenlijk mijn eerste leraar.
Ik herinner me nog een vakantie op Schiermonnikoog waarop we samen huisjes zaten te tekenen.
Zo’n ogenschijnlijk kleine herinnering die tientallen jaren later nog steeds ergens in je zit.
Ik maakte stripverhalen, ging op schilderles en was altijd wel iets aan het bedenken of maken.
Als kind vroeg ik me niet af of ik daar goed genoeg in was.
Ik deed het gewoon.
Omdat ik het leuk vond.
En toen moest ik iets verstandigs gaan doen
Toen ik ouder werd, veranderde dat.
Kunst was leuk, maar daar kon je niet van leven.
Ik moest iets verstandigs doen.
Studeren.
Een goede baan krijgen.
Geld verdienen.
Ik wilde bijvoorbeeld graag richting architectuur, maar een creatieve toekomst werd niet gezien als een verstandige keuze.
En langzaam begon ik zelf misschien ook te geloven dat de dingen waar ik van nature naartoe trok niet genoeg waren.
Dus koos ik een andere weg.
Ik studeerde voedingsfysiologie, werd personal trainer en later levenscoach.
Er kwamen kinderen.
Werk.
Verantwoordelijkheden.
Een druk leven.
En ergens onderweg kreeg het creatieve meisje steeds minder ruimte.
Ze was niet verdwenen.
Maar er waren altijd belangrijkere dingen.
Een leven dat anders liep dan gepland
Mijn leven heeft daarna verschillende keren een totaal andere richting genomen dan ik zelf had gekozen.
Sommige gebeurtenissen waren mooi.
Andere waren ontzettend zwaar.
De verhuizing van het kleine, veilige Vangsnes naar Bergen was als kind al een enorme verandering. Van vrijheid en natuur naar een grote stad waar ik me niet altijd thuis voelde en waar ik gepest werd.
Later kwamen relaties waarin ik mezelf steeds verder kwijtraakte.
Er waren periodes waarin ik moest vechten om weer te geloven dat ik waardevol was.
En toen kwam kanker.
Ineens werd de vraag niet meer:
Wat wil ik bereiken?
Maar:
Mag ik blijven leven?
Zoiets verandert je.
Niet van de ene op de andere dag.
En ook niet op de mooie, overzichtelijke manier waarop we achteraf soms over levenslessen praten.
Het heeft mij jaren gekost om te begrijpen wat al die ervaringen met mij hadden gedaan.
Maar één ding veranderde wel.
Geld werd minder belangrijk.
Hard werken om alleen maar méér te bereiken werd minder belangrijk.
Want als je heel dichtbij hebt gevoeld dat het leven niet vanzelfsprekend is, wordt een andere vraag veel groter:
Als ik hier mag zijn, hoe wil ik dan eigenlijk leven?
Zeven redenen om door te gaan
En door alles heen waren daar mijn kinderen.
Mijn zeven engeltjes.
De liefde die ik voor hen voel is moeilijk in woorden uit te leggen.
Ze zijn mijn alles.
Moeder zijn heeft me gevormd, uitgedaagd, soms volledig uitgeput en tegelijkertijd een liefde laten ervaren waarvan ik vroeger niet wist dat die bestond.
Ook in moeilijke omstandigheden moest het leven doorgaan.
Opstaan.
Zorgen.
Doorgaan.
En ergens proberen het mooie te blijven zien.
Misschien heeft juist dat mij geleerd dat optimisme niet betekent dat je doet alsof alles goed is.
Het leven ís niet altijd goed.
Er zijn donkere periodes.
Verdriet.
Angst.
Verlies.
Maar er kan daarnaast ook schoonheid bestaan.
Liefde.
Kleur.
Nieuwsgierigheid.
En steeds opnieuw iets om je over te verwonderen.
Terug naar Nederland — en terug naar mezelf
Veel later bracht mijn leven me naar Nederland.
En naar Wilko.
Voor het eerst ervaren dat iemand van mij houdt om wie ik ben, niet om wie ik zou moeten zijn, heeft meer veranderd dan ik waarschijnlijk ooit helemaal kan uitleggen.
Tijdens de coronaperiode begon ik weer meer te schilderen.
Wilko moedigde me aan.
Niet met de vraag of het verstandig was.
Niet of ik er geld mee kon verdienen.
Maar omdat hij zag wat het met mij deed.
Langzaam kwam er iets terug waarvan ik niet eens had beseft hoeveel ik het had gemist.
Ik ging weer schilderen. Ik volgde een cursus bij Ben Aa. Ik begon opnieuw te zoeken.
Niet alleen naar een schilderstijl.
Eigenlijk ook naar mezelf.
En hoe meer ruimte ik mezelf gaf om creatief te zijn, hoe duidelijker het werd:
dit is geen hobby die toevallig bij mij past.
Dit is een onderdeel van wie ik ben.
Schilderen.
Schrijven.
Gedichten maken.
Boeken bedenken.
Dingen bouwen.
Met mijn handen iets maken wat daarvoor nog niet bestond.
Daar word ik gelukkig van.
En nu begint er iets nieuws
Deze zomer voelt daarom anders.
In ons nieuwe huis, met meer rust om mij heen, ben ik opnieuw gaan kijken naar mijn schilderijen.
Niet alleen naar wat ik mooi vind.
Maar vooral naar wat voor kunstenaar ik wil zijn.
Ik ben op zoek gegaan naar een manier van werken die echt van mij voelt.
Naar vrijheid.
Kleur.
Lagen.
Beweging.
Verwondering.
En naar werk waarin niet alles onmiddellijk wordt uitgelegd.
De eerste schilderijen van deze nieuwe richting zijn op dit moment nog niet eens klaar.
Twee staan er in mijn atelier.
Vier andere bestaan voorlopig alleen nog in mijn hoofd.
Maar voor het eerst sinds lange tijd voelt het alsof ik niet alleen aan afzonderlijke schilderijen werk.
Ik ben iets aan het opbouwen wat echt bij mij hoort.
Een schilderij en een gedicht
Daarbij heb ik deze zomer nog iets ontdekt.
Mijn nieuwe werken wil ik voortaan uit twee delen laten bestaan:
een schilderij en een gedicht.
Niet omdat het gedicht moet uitleggen wat het schilderij betekent.
Juist niet.
Het schilderij spreekt in kleur, beweging, vormen en lagen.
Het gedicht spreekt in woorden.
Ze horen bij elkaar, maar laten allebei iets open.
Want het derde deel wil ik niet zelf schrijven.
Dat is jouw verhaal.
Natuurlijk heb ik tijdens het schilderen mijn eigen gedachten, gevoelens en associaties.
Ik weet waar bepaalde keuzes vandaan kwamen.
En ik heb mijn eigen verhaal bij ieder werk.
Als iemand daar nieuwsgierig naar is, vertel ik dat graag.
Maar ik wil mijn verhaal niet vóór dat van de kijker zetten.
Want misschien zie jij iets heel anders dan ik.
En dat mag.
Sterker nog: dat hoop ik.
Wat zie jij?
Misschien maakt een bepaalde kleur je rustig.
Misschien word je er juist vrolijk van.
Misschien zie je iets tussen de lagen wat iemand anders helemaal niet ziet.
Een vorm.
Een landschap.
Een herinnering.
Een persoon.
Misschien roept een schilderij een gevoel op dat je niet eens onmiddellijk kunt benoemen.
Of misschien verandert dat gevoel.
Wat je vandaag in een schilderij ziet, hoeft niet hetzelfde te zijn als wat je er over vijf jaar in ziet.
Dat vind ik fascinerend.
Ik wil daarom niet dat iemand voor mijn schilderij staat en zich afvraagt:
Wat bedoelde Caja hiermee?
Ik hoop eerder dat er andere vragen ontstaan.
Wat zie ík?
Wat doet deze kleur met mij?
Waarom blijf ik hiernaar kijken?
Waar doet dit mij aan denken?
Waarom raakt dit mij?
En misschien uiteindelijk zelfs:
Wat is voor mij belangrijk?
Als kunst dat kan doen, vind ik dat bijzonder.
Ruimte voor verwondering
Misschien is dat wel het woord dat steeds terugkomt als ik probeer uit te leggen wat ik met mijn werk wil.
Verwondering.
Ik wil dat je niet alles in één keer ziet.
Dat je dichterbij wilt komen.
En daarna misschien weer een paar stappen achteruit doet.
Dat je een detail ontdekt.
Dat kleuren iets met elkaar doen.
Dat er rust in zit, maar ook beweging.
Dat er iets optimistisch in blijft zitten, zelfs wanneer iemand er misschien een moeilijker of emotioneler verhaal in ziet.
Niet omdat ik wil bepalen wat je voelt.
Maar omdat ik ruimte wil maken om überhaupt iets te voelen.
Niet ondanks mijn verleden
Ik heb lang gedacht dat ik bepaalde delen van mijn leven liever achter me wilde laten.
De onzekerheid.
Het gepest worden.
Relaties waarin liefde iets anders bleek te betekenen dan liefde zou moeten betekenen.
Het ziek worden.
Vechten voor mijn leven.
Mijn kinderen grootbrengen in omstandigheden die niet altijd gemakkelijk waren.
En steeds opnieuw proberen mijn eigen waarde terug te vinden.
Ik zou veel daarvan nooit zelf hebben gekozen.
En ik wil ook niet dat mijn schilderijen illustraties van die gebeurtenissen worden.
Dat zijn ze niet.
Maar al die ervaringen hebben wel de persoon gevormd die nu de kwast vasthoudt.
Net zoals de mooie dingen dat hebben gedaan.
De bergen van Vangsnes.
Mijn vader met een potlood in zijn hand.
Mijn kinderen.
Wilko.
De zee.
De bossen.
Muziek.
Liefde.
Kleur.
Alles wat mij heeft laten lachen, huilen, vechten, liefhebben, twijfelen, groeien en opnieuw beginnen.
Het hoeft niet letterlijk op het doek te staan om onderdeel te zijn van degene die het heeft gemaakt.
Terug naar het meisje dat gewoon begon
En misschien is dat uiteindelijk wel waar deze nieuwe fase voor mij over gaat.
Terugvinden wie ik was voordat ik me begon af te vragen of ik wel goed genoeg was.
Dat meisje in Vangsnes.
Dat buiten rondrende, hutten bouwde, tekende, muziek maakte, een circus organiseerde en helemaal niet nadacht over de vraag of creativiteit wel een
verstandige manier was om haar tijd te besteden.
Ze maakte gewoon dingen.
Omdat daar iets in haar van ging leven.
Ik ben inmiddels heel wat jaren ouder.
Ik heb veel meer meegemaakt.
Maar dat stukje is er nog.
En misschien hoef ik helemaal geen nieuwe Caja te worden.
Misschien kom ik eindelijk weer een beetje thuis bij degene die er altijd al was.
Daar begint deze nieuwe fase van Art by Caja voor mij.
En vanaf hier wil ik jullie meenemen.
In mijn atelier.
In mijn inspiratie.
In waar ik vandaan kom.
In het zoeken naar mijn eigen stijl.
In de mooie momenten en waarschijnlijk ook af en toe in iets dat totaal niet lukt.
En natuurlijk in de nieuwe werken die langzaam ontstaan.
Maar wanneer een schilderij uiteindelijk mijn atelier verlaat, wil ik ook iets loslaten.
Mijn uitleg.
Dan blijven er twee dingen over:
het schilderij en het gedicht.
En daartussen ontstaat ruimte.
Voor herinneringen.
Voor gevoelens.
Voor vragen.
Voor verwondering.
Voor jou.
Ik geef je het beeld en de woorden.
Het verhaal mag van jou zijn.
— Caja
Reactie plaatsen
Reacties